Zoektocht naar heksen

Turbon
Zoektocht naar heksen

De Turbón. Tweeduizend vierhonderd en tweeënnegentig meters boven zeeniveau. Het is een gezichtsbepalende en ongelooflijk grote klomp graniet die zich naar het zuiden iets heeft losgemaakt van de rest van de Pyreneeën. Vanaf vele kanten beheerst de berg het landschap en het uitzicht over de Ribagorza. Over het ontstaan van de berg doen vele verhalen en mythen de ronde. Zo zou het ooit de aanlandingsplaats van de Ark van Noach zijn geweest. Een andere legende verhaalt over de Goden van de Oudheid die de platte top van de berg gebruikten als smederij; ze smeedden er donder en bliksem. Ook zou de berg vroeger de troon zijn geweest van waaraf de enorme reus “Ome Granizo” (Ome Hagel) onweersbuien over de streek uitstrooide. Uit dit verhaal is het gezegde: “wolken boven de Turbón, regen in Aragón” ontsproten. In de streek staat de Turbón ook bekend als een “heksenberg”. Hoe dat komt wordt in het nabijgelegen Laspaúles in een themapark uitgelegd. De aanwezigheid van het Martelmuseum in Laspaúles geeft wel aan hoe men vroeger dacht over heksen. Het onherbergzame en geïsoleerde landschap van de Turbón bood bescherming en was een toevluchtsoord voor velen. Nu is de berg bestemming voor wandelaars en bergbeklimmers.
Het is 21 mei 2015. Een frisse, winderige, maar verder mooie en heldere dag dient zich aan. Tijd voor ons om de Turbón te gaan beklimmen. We gaan op zoek naar die heksen!

uitzicht op massief van Aneto
Op de noordkant van Turbon met zicht over Aneto massief

De wijzers van de klok geven 07.45 aan, de thermometer staat op 4ºC. We staan in Vilas del Turbón op 1350 meter hoogte. De kleine vetplantjes op de grond vertonen ijsafzetting op het fijn behaarde blad; het is bitterkoud. We maken nog even een snel praatje met onze burgemeester die tekenen van trotsheid vertoond bij het aanhoren van onze plannen. Het gesprek duurt niet lang want we willen op pad. We hebben een lange en zware tocht voor de boeg en we willen de koude in het lichaam vervangen door warmte. De route is eenvoudig gevonden en het gaat in eerste instantie rustig maar niet veel later toch pittig omhoog. We struinen even door de bossen om daarna te geraken in Barranco Canals. Het landschap wordt open en de ijskoude noordenwind krijgt nu al vat op ons. Wat moet dat worden als we straks boven zijn? Over een goed uitgetreden pad en vergezeld van een bonte verzameling aan steenmannetjes raken we hoger en hoger. Het klimmen zorgt weliswaar voor wat warmte in het lichaam maar veel is het niet. De eerste handschoenen en mutsen komen uit de rugzak. Over een afstand van drie kilometer “pakken” we 700 hoogtemeters. Klokslag tien uur, net onder Puerto de Aras houden we een eerste flinke rustpauze. Een grote steen moet voor bescherming tegen de noordenwind zorgen. Een volle zon, drinken, voedsel en dikke jassen zorgen voor wat warmte. We zitten op 2100 meter...

Gemzen
Gemzen (Rupicapra pyrenaica) op de Turbon.

Het uitzicht vanaf Puerto de Aras is adembenemend, evenals de wind! We hebben een magnifiek uitzicht op het wit gekleurde massief van Aneto met de meest zuidelijke gletsjer van Europa. De wind pikt daar de kou op om die vervolgens bij ons in het gezicht te smijten! Na wat snelle foto´s gaan we dus maar direct door. We buigen af naar het zuiden en hoewel we de wind nu in de rug hebben en de zon volop schijnt zijn we stevig ingepakt. De hoogvlakte waar we op lopen is een snelweg van fris groen gras en mos, het veert onder onze voeten. Overal steken vetplantjes en rotsplantjes hun gekleurde kopje boven het gras. Op deze hoogtes groeien geen grote bloemen en planten. Het is puur genieten en we stijgen zeer geleidelijk naar 2200 meter hoogte. In de verte, aan de andere kant van Barranco San Adrián zien we onze eindbestemming al. Plots sta ik stil en maan ook mijn tochtgenoten tot stilte. Een groep van zes Gemzen komt vanaf Turbonet (2344 meter) afzakken op weg naar het groen waar wij op lopen. Ze houden ons weliswaar in de gaten maar storen zich verder nauwelijks aan onze aanwezigheid. We kunnen dus in alle rust filmen en fotograferen. We zoeken onze weg verder door Barranco de la Torcida. Het verbluffende uitzicht van zuid naar noord door de Barranco San Adrián én de wetenschap dat we nog een heel zwaar stuk voor de boeg hebben doet ons besluiten een tweede pauze te nemen. We zitten tussen de sneeuwvelden. Uit de diepte van de barranco klimmen twee Fransen omhoog, ze komen van La Muria. De klok staat op 12.00 uur en de hoogtemeter wijst 2280 meter aan.

Turbon
Top van Turbon, 2492 meter.

Vanaf de eerste stap is het nu opletten geblazen. We moeten een flink rotsveld oversteken om west van Barranco San Adrián te geraken om vervolgens vanaf daar de aanval naar de top te kunnen inzetten. We weten dat we er bijna zijn maar het is nog even zwaar. Over een puinhelling zigzaggen we stapvoets naar boven. De Fransen zitten in de beschutting van wat stenen en hijsen zich nu ook in dikke jacks. Als we naderen gaan ze snel weer op pad, blijkbaar willen ze vóór ons op de top geraken. Eenmaal aangekomen op de topgraad van de Turbón weten we dat het gedaan is met stijgen. We lopen met kleine pasjes naar het merkteken van het Instituto Geográfico. Daar feliciteren en omhelzen we elkaar. Een cirkeltje van drie personen. De tijd is 12.40 uur en de hoogte is bekend; prima op tijd! Als een soort van ultieme beloning valt de wind even stil. Het is adembenemend mooi en indrukwekkend. We eten en drinken wat, we nemen de selfies en schrijven onze verhaaltjes in de schriftjes die in een blik onder het merkteken zitten. Bijna een half uur is het vrijwel windstil maar dan begint het weer te waaien. Alsof “Ome Hagel” tegen ons wil zeggen: “nu hebben jullie wel lang genoeg op mijn troon gezeten, wegwezen nu!” Via de zelfde weg dalen we weer af. Pas diep in Barranco Canals kunnen de warme jacks weer uit. Om kwart voor vijf in de middag staan we aan een biertje in de kroeg van Vilas del Turbón. De burgemeester schud ons nogmaals de hand en vraagt naar onze ervaringen. Mooi, voldaan, indrukwekkend, gaaf, zwaar, moe! Maar onderweg zijn we geen enkele heks tegengekomen! We moeten dus nog eens terugkomen! 

De route vanuit Vilas del Turbón naar de top van de berg staat bekend als de minst moeilijke. Andere routes naar de top zijn die vanuit het noordelijk gelegen La Muria en vanuit het zuidwestelijk gelegen Serrate. Reken voor alle drie deze routes heen en weer zeker een reisduur van 8 à 9 uur. Dit is een wandeling voor geoefende wandelaars. Zorg dat de uitrusting op orde is en dat er kennis van de weersverwachting is. Ongeveer 5 maanden per jaar dient men rekening te houden met sneeuw en ijs.

 

Download hier de route vanuit Vilas del Turbón naar de top.

Write a comment

Comments: 0